Nee, zo heet je niet!

De film in het kort

Situatie 1 Op Anne’s werk

Anne (55 jaar) en Jean Paul lopen samen naar de sociale werkplaats.
Na een kopje koffie gaat Anne aan de slag achter de computer, met hulp van begeleider Patrick. Ze moet de presentielijst invullen en roept de voor- en achternamen van haar collega’s.

Situatie 2 Anne, duidelijk ouder en met dementie, woont in een groep

De tafel wordt gedekt. Zoals elke dag komt de wijkverpleegster Myriam langs. ‘Weet je mijn naam nog?’, vraagt ze.
‘Tuurlijk’, zegt Anne (60 jaar). Myriam helpt een beetje: ‘Ik heet Myriam’. ‘Ik denk het niet’ reageert Anne. ‘Wat denk jij dan?’ vraagt Myriam. ‘Je heet Laurence’, antwoordt Anne. ‘Ik heet echt Myriam’, zegt Myriam. Dan geeft Anne Myriam een knuffel en zegt ‘sorry’. Even later komt ze erop terug. ‘Ik denk toch dat ik gelijk heb over je voornaam.’

Alle beelden in deze casus zijn uit het leven gegrepen.

Thema

Het thema van deze lesbrief is de naam kwijt.

Dementie zorgt voor geheugenverlies (amnesie). Dementie tast het vermogen aan om iemand te herkennen en de juiste naam te herinneren. Dat teken van dementie is voor veel naasten heel pijnlijk. We noemen dat ook wel desoriëntatie in persoon. Ook op andere terreinen, zoals tijd en plaats, raken mensen met dementie ‘de weg kwijt’. In andere casussen komen desoriëntatie in tijd en plaats aan de orde.

De casus ‘Ik ben Anne’ gaat in op haar levensverhaal en hoe de dementie begon (de weg kwijt). Hij geeft ook context aan de andere casussen, daarom is het raadzaam de film Ik ben Anne steeds opnieuw te bekijken.

Algemene vragen

  1. Wat zie je en wat valt je daarbij op?
  2. Wat kan er aan de hand zijn?
  3. Wat is de reactie van Myriam? Wat is haar beleving, denk je?
  4. Wat valt je op aan de fysieke omgeving?
  5. Hoe kan je Anne helpen?

Deel deze casus met anderen

Verdiepingsvragen

  1. Wat vereist het van jou om te reageren op een persoon met dementie die jou niet meer herkent?
  2. Wat kan het met groepsgenoten doen als de persoon met dementie hun namen is vergeten? Hoe zou jij het aan ze uitleggen?
  3. Hoe kan je reageren als iemand met dementie een naaste niet meer herkent?
  4. Hoe kan jij uitleggen aan een collega wat jij wel en niet zou doen in zo’n situatie?
  5. Heb je ervaringen met een bewoner of een familielid die lijken op deze situatie?

Je kunt op verschillende manieren reageren als een persoon met dementie iemands naam niet weet of een verkeerde naam gebruikt. Je kan iemand helpen of verbeteren. Dat heet ‘realiteitsoriëntatie’. Of je kan iemand afleiden en er niet erg op ingaan. Dat wordt ‘validatie’ genoemd.

Wat wel werkt of juist niet, is steeds weer anders en voor een deel onvoorspelbaar. De oplossing moet altijd bij jou als zorgverlener of mantelzorger liggen. Je komt steeds voor vragen te staan, vaak met ethische kanten.

Meer weten over realiteitsoriëntatie en validatie? In de Wegwijzer verstandelijke beperking en dementie vind je 100 praktijkvragen en antwoorden. Zo staat er op pagina 302-305 meer informatie over realiteitsoriëntatie en op pagina 306 over validatie. Een papieren exemplaar is verkrijgbaar via reguliere boekhandels.

Stellingen

  1. Als iemand met dementie je niet meer herkent, moet je begrip tonen en helpen herinneren, want dat ‘niet-weten’ maakt ongelukkig.
  2. Het is een kwestie van opnieuw leren en goed oefenen, als iemand met dementie een naam vergeten is.
  3. Het is begrijpelijk dat naasten het contact verbreken als hun familielid met dementie ze niet meer herkent.
  4. Als familie/mantelzorger heb je meer ‘last’ van je emoties dan een professional.
  5. Iemand met dementie onthoudt alleen de namen van mensen die vaak genoeg langskomen.