Nee, het is míddag!

De film in het kort

Woonsituatie 1 Anne woont zelfstandig

Anne (50 jaar) loopt naar de voordeur van haar appartement en gaat naar binnen. Dan staat ze in haar keuken bij het koffieapparaat en legt er zorgvuldig twee padjes in. Er staan twee kopjes onder; na een druk op de knop kijkt ze hoe de koffie doorloopt. Intussen antwoordt ze op een vraag van haar broer Leendert (buiten beeld) ‘Hoe ziet je dag op de sociale werkplaats eruit?’ Je ziet en hoort Anne systematisch en precies vertellen over haar werkdag, met verschillende manieren om de tijd uit te drukken: zowel kwart voor tien als 11 uur 45.

Woonsituatie 2 Anne, duidelijk ouder en met dementie, woont in een groep

Anne (60 jaar) en Leendert staan in de open keuken te kibbelen. Leendert kookt. Anne vindt dat het geen ávondeten is, want het is míddag. Dat laatste ‘bewijst’ ze met haar horloge, dat op 10 over 7 staat. ‘Dat is middag’, herhaalt ze boos. Leendert probeert haar ervan te overtuigen dat het geen middag is, maar avond. Hij voert allerlei ‘bewijs’ aan. Anne blijft op haar horloge wijzen en houdt vol dat het middag is. Pas als Leendert mee beweegt en de conclusie trekt dat ze gaan middageten, is Anne tevreden.

Alle beelden in deze casus zijn uit het leven gegrepen.

Thema

Het thema van deze lesbrief is tijdsbesef.

Dementie tast het tijdsbesef aan. Dat noemen we ook wel desoriëntatie in tijd. Klik hier voor meer informatie. Ook op andere terreinen, zoals plaats en persoon, raken mensen met dementie ‘de weg kwijt’. In andere casussen komen desoriëntatie in plaats en persoon aan de orde.

De casus ‘Ik ben Anne’ gaat in op haar levensverhaal en hoe de dementie begon (de weg kwijt). Hij geeft ook context aan de andere casussen, daarom is het raadzaam de film Ik ben Anne steeds opnieuw te bekijken. 

 

Algemene vragen

  1. Wat zie je en wat valt je daarbij op?
  2. Wat kan er aan de hand zijn?
  3. Wat is de reactie van Leendert? Wat is zijn beleving?
  4. Wat valt je op aan de fysieke omgeving?
  5. Hoe kan je Anne helpen?

Deel deze casus met anderen

Verdiepingsvragen

  1. Wat vind je lastig aan de omslag van verbeteren naar meebewegen, zoals je bij Leendert hebt gezien?
  2. Als dit jou zou overkomen, wat zou dit dan met jóu doen? Zou jij meebewegen om te zorgen dat de bewoner zich comfortabel, veilig voelt?
  3. Hoe kan je uitleggen waarom je meegaat in de beleving van de persoon met dementie?
  4. Wat kan het met groepsgenoten doen dat jij meegaat in de beleving van de persoon met dementie? Hoe kan je dit aan ze uitleggen?
  5. Heb je ervaringen die lijken op deze situatie? Kan je uitleggen wanneer je mag meebewegen, ook al weet je dat het niet de echte waarheid is?

Je kunt op verschillende manieren reageren op de ‘andere waarheid’ van een persoon met dementie. Je kan iemand proberen te leren hoe het zit en overtuigen van de ‘echte waarheid’. Dat heet ‘realiteitsoriëntatie’. Je kan ook de ‘echte waarheid’ laten voor wat zij is. Dan beweeg je mee in de beleving van de persoon of je gaat er niet op in. Dat wordt ‘validatie’ genoemd.

Wat wel werkt of juist niet, is steeds weer anders. Het is voor een deel onvoorspelbaar.  De oplossing moet altijd bij jou als zorgverlener of mantelzorger liggen. Je komt steeds voor vragen te staan, vaak met ethische kanten.

Meer weten over realiteitsoriëntatie en validatie? In de Wegwijzer verstandelijke beperking en dementie vind je 100 praktijkvragen en antwoorden. Zo staat er op pagina 302-305 meer informatie over realiteitsoriëntatie en op pagina 306 over validatie. Een papieren exemplaar is verkrijgbaar via reguliere boekhandels.

Stellingen

  1. Realiteitsoriëntatie leidt altijd tot tegenspreken. Dat moet je niet doen, want het maakt iemand met dementie boos en ongelukkig.
  2. Je moet altijd de waarheid zeggen tegen iemand met dementie die gedesoriënteerd is.
  3. Je kan het nooit goed doen; alle reacties op de desoriëntatie van iemand met dementie leveren twijfels op.
  4. Als familie/mantelzorger heb je meer ‘last’ van je emoties dan een professional.
  5. Iemand met dementie heeft er het meest aan als je hem of haar leert wat het juiste is. Waarheid duurt het langst.