Mijn boodschappenlijst

De film in het kort

Situatie 1 Anne woont zelfstandig

Anne (54 jaar) doet de wekelijkse boodschappen met haar zus Meike. Ze bespreken wat ze zal gaan koken. Anne weegt de tomaten af die nodig zijn voor de tarte au thon (tonijntaart). Ze vindt Meike’s idee om iets uit de diepvries te nemen, prima. Dan ziet Anne iets wat ze op televisie heeft gezien. Ze stelt Meike voor om dát te kopen.

Situatie 2 Anne, duidelijk ouder en met dementie

Anne (62 jaar) stapt uit de auto. Samen met Jean Paul loopt ze naar de winkelwagentjes en maakt er eentje los. Leendert helpt Anne bij het afwegen van de vruchten: abrikozen. Hij legt elke handeling uit. Anne loopt verder en zegt dat ze iets heeft gevonden. Leendert vraagt wat ze wil kopen. Ze peinst en zegt dan ‘brood’. Hij corrigeert: ’Jean Paul gaat altijd naar de bakker voor brood, toch?’. ’O ja’, is haar antwoord en ze loopt door.

Alle beelden in deze casus zijn uit het leven gegrepen.

Thema

Voor iemand met dementie worden dagelijkse handelingen steeds moeilijker. Wat iemand eerst helemaal zelf kon, geeft nu verwarring en gaat niet meer zonder hulp. Vaak lukt het ook niet na diep nadenken. Dat komt door een verstoorde aansturing vanuit de hersenen met gevolgen voor geheugen en planning. Meer informatie vind je hier.

De casus ‘Ik ben Anne’ gaat in op haar levensverhaal en hoe de dementie begon (de weg kwijt). Hij geeft ook context aan de andere casussen, daarom is het raadzaam de film Ik ben Anne steeds opnieuw te bekijken.

Algemene vragen

  1. Wat zie je in deze twee situaties en wat valt je daarbij op?
  2. Wat kan er aan de hand zijn?
  3. Wat valt je op aan de reactie van Meike en Leendert?
  4. Welke verschillen zie je in de fysieke omgeving?
  5. Hoe kan je Anne helpen? 

Deel deze casus met anderen

Verdiepingsvragen

  1. Wat vind jij lastig aan de omslag van ‘zelf laten doen’ naar ‘een handje helpen’, zoals je bij Leendert ziet?
  2. Wat vereist het om zo’n omslag te maken? Wat zou voor jou een grens zijn?
  3. Hoe kan jij uitleggen wat je anders zou doen in zo’n situatie?
  4. Wat kan het met groepsgenoten doen als de persoon met dementie dagelijkse dingen ineens niet meer kan? Hoe kan je dat aan ze uitleggen?
  5. Heb je ervaringen die hierop lijken?

Je kunt op verschillende manieren reageren als je iemand met dementie vertwijfeld ziet kijken: hoe moet dat ook alweer? Dat zorgt voor angst en onzekerheid, maar ook voor onbegrip en ergernis bij de omgeving. Op andere momenten gaat het namelijk wel weer goed. Je kan helpen om iets wél zelf te laten doen door de handeling in kleine stappen te verdelen, voor te doen of met plaatjes duidelijk te maken. Tips voor ondersteunende communicatie vind je hier.

Wat wel werkt of juist niet, is steeds weer anders en voor een deel onvoorspelbaar.

De oplossing moet altijd bij jou als zorgverlener of mantelzorger liggen. Je komt steeds voor vragen te staan, vaak met ethische kanten.

Meer weten over omgaan met apraxie? In de Wegwijzer verstandelijke beperking en dementie vind je 100 praktijkvragen en antwoorden. Op pagina 346-353 staat bijvoorbeeld hoe je iemand zonder taal kunt ondersteunen om het begrip te verbeteren. Een papieren exemplaar is verkrijgbaar via reguliere boekhandels.

Stellingen

  1. Als iemand met dementie iets niet meer kan, moet je het overnemen, want anders wordt hij of zij boos en ongelukkig.
  2. Als iemand met dementie iets niet meer kan of weet, is de beste oplossing om de handeling langzaam uit te leggen.
  3. Groepsgenoten brengen meer begrip op voor het vaardigheidsverlies van iemand met dementie dan veel professionals.
  4. Het bespaart veel tijd als je de taak overneemt die iemand met dementie zelf niet meer goed kan.
  5. Het is schadelijk voor iemand met dementie als een situatie meer prikkels geeft dan hij of zij nog aankan.