Ik kleed me zélf aan

De film in het kort

Situatie 1 Anne woont zelfstandig

Anne (27 jaar) kleedt zich aan. Ze stopt haar T-shirt in haar strakke, witte broek. De veters van haar schoenen trekt ze stevig aan. Dan kamt ze haar, nog wat natte, haren. In de spiegel kijkt ze naar het resultaat.

Situatie 2 Anne, duidelijk ouder en met dementie

Anne (59 jaar) kleedt zich aan in de badkamer. Begeleidster Laurence kijkt even of haar broek goed zit en vooral ‘niet te strak’. Dan volgt een kort gesprekje over haar gewicht. Laurence kamt Anne’s haar.

Situatie 3 Anne, duidelijk ouder en met gevorderde dementie

Anne (62 jaar) zit op een stoel in de badkamer en trekt haar BH goed. Ze kijkt om zich heen. Begeleidster Manon geeft haar een groen T-shirt aan. Dat trekt ze over haar hoofd en steekt de armen door de mouwen. Manon trekt het shirt recht en dan helpt ze de groene trui aan te trekken. De bril zet Anne zelf op haar neus.

Alle beelden in deze casus zijn uit het leven gegrepen.

Thema

Voor iemand met dementie worden dagelijkse handelingen (ADL) steeds moeilijker. De achteruitgang van de dagelijkse vaardigheden is een belangrijk aspect van de hersenziekte alzheimer-dementie. Dat zie je terug in een algehele vertraging in denken en doen. Zo worden ook bewegingen vaak stijf en onhandig. Misschien lukken dagelijkse handelingen nog wel als de persoon meer tijd krijgt tijdens de begeleiding of zorg. Meer informatie vind je hier.

De casus ‘Ik ben Anne’ gaat in op haar levensverhaal en hoe de dementie begon (de weg kwijt). Hij geeft ook context aan de andere casussen, daarom is het raadzaam de film Ik ben Anne steeds opnieuw te bekijken.

Algemene vragen

  1. Wat zie je en wat valt je daarbij op?
  2. Wat kan er aan de hand zijn?
  3. Wat valt je op aan de reactie van de begeleidsters in de situaties 2 en 3?
  4. Welke verschillen zie je in de fysieke omgeving in de drie situaties?
  5. Hoe kan je Anne helpen? 

Deel deze casus met anderen

Verdiepingsvragen

  1. Wat doet het met je als je de oudere Anne vergelijkt met de jonge Anne? 
  2. Wat vind jij lastig aan de omslag van ‘zelf laten doen’ naar ‘overnemen’, zoals je bij de begeleidsters ziet? Wat zou jij hier anders doen, en waarom?
  3. Ken je de kledingvoorkeuren van de personen die jij begeleidt? Hoe kun je met kleding aansluiten op die voorkeuren? 
  4. Aankleden is één voorbeeld van achteruitgang in de ADL. Kun je meer voorbeelden noemen?
  5. Welke manieren van contact maken met Anne zie je? Welke zou jij kiezen? Welke ervaringen heb jij met begeleiding bij ADL-handelingen?

Je kunt op verschillende manieren reageren als je iemand met dementie vertwijfeld ziet kijken: hoe moet dat ook alweer? Dat zorgt voor angst en onzekerheid, maar ook voor onbegrip en ergernis bij de omgeving. Je moet jezelf de vraag stellen of je gericht bent op ontwikkeling of beleving. En of dat voor de persoon nog wel prettig is.

Wat wel werkt of juist niet, is steeds weer anders en voor een deel onvoorspelbaar. 

De oplossing moet altijd bij jou als zorgverlener of mantelzorger liggen. Je komt steeds voor vragen te staan, vaak met ethische kanten. 

Meer weten over omgaan met verminderende vaardigheden? In de Wegwijzer verstandelijke beperking en dementie vind je 100 praktijkvragen en antwoorden. Op pagina 292-295 staat hoe de rol van begeleiders en familie verandert bij dementie. En op pagina 342-345 lees je wat een dementievriendelijke inrichting is. Een papieren exemplaar is verkrijgbaar via reguliere boekhandels. 

Stellingen

  1. Begeleidster Manon kan beter Anne zelf haar groene trui laten aantrekken.
  2. Het is belangrijk om in je begeleiding vooral de persoon te volgen: uitgaan van zijn of haar behoeftes en beleving.
  3. Iemand met dementie kan best iets leren als je handelingen maar steeds op dezelfde manier doet.
  4. Iedereen heeft een eigen begeleidingsstijl. Dat is niet per se goed of fout.
  5. Als je iemand bent die snel ongeduldig wordt, kan je de zorg beter aan iemand anders overlaten.