Ik betaal

De film in het kort

Situatie 1 Anne in het café

Om de koffie te betalen pakt Anne (55 jaar) een tien-euro-biljet uit haar portemonnee en kibbelt met Jean Paul. Tevreden pakt ze haar wisselgeld op. ‘Nou heb ik weer kleingeld’. Eenmaal buiten roept ze hem na: ‘Hé waar ga jij naartoe?’

Situatie 2 Anne stapt uit de auto om te pinnen

Anne (55 jaar) steekt de straat over en loopt naar de pinautomaat. Resoluut doet ze wat ze moet doen, pakt haar geld en de bon. Ze legt Leendert precies uit hoe ze geld heeft gepind en wat ze ermee doet.

Situatie 3 Anne, duidelijk ouder en met dementie, gaat pinnen

Een sprong in de tijd: Anne (62 jaar) staat voor de geldautomaat en toetst haar code in. Leendert corrigeert en begeleidt haar in de stappen die het apparaat vraagt. En het lukt. Dan schuttert ze met geld, bon en pinpas in haar hand. Leendert helpt Anne om zelf het geld in haar tas te stoppen.

Alle beelden in deze casus zijn uit het leven gegrepen.

Thema

Het verdwijnen van routines heet ook wel apraxie. Dat is het thema van deze lesbrief. De oorzaak van apraxie is een verstoorde aansturing vanuit de hersenen. Voor iemand met dementie worden dagelijkse handelingen steeds moeilijker. Wat iemand eerst bijna gedachteloos deed, van brood smeren of tandenpoetsen tot tafeldekken en de was ophangen, gaat niet meer als vanzelf. Vaak lukt het ook niet na diep nadenken. Meer informatie vind je hier.

De casus ‘Ik ben Anne’ gaat in op haar levensverhaal en hoe de dementie begon (de weg kwijt). Hij geeft ook context aan de andere casussen, daarom is het raadzaam de film Ik ben Anne steeds opnieuw te bekijken.

Algemene vragen

  1. Wat zie je en wat valt je daarbij op?
  2. Wat kan er aan de hand zijn?
  3. Wat valt je op aan de reactie van Leendert?
  4. Welke verschillen zie je tussen de drie situaties?
  5. Hoe kan je Anne helpen?

Deel deze casus met anderen

Verdiepingsvragen

  1. Hoe ga jij zelf om met de omslag van ‘zelf laten doen’ naar ‘een handje helpen’, zoals je bij Leendert ziet?
  2. Wat vereist het om zo’n omslag te maken van ‘zelf laten doen’ naar ‘helpen’? Wat zou voor jou een grens zijn?
  3. Hoe leg jij uit wat je wél en níet zou doen in zo’n situatie?
  4. Hoe leg je groepsgenoten uit dat de persoon met dementie dagelijkse dingen ineens niet meer kan?
  5. Als jij zoiets zou meemaken, wat zou dit dan met jóu doen? Heb je ervaringen die hierop lijken?

Je kunt op verschillende manieren reageren als je iemand met dementie vertwijfeld ziet kijken: hoe moet dat ook alweer? Dat zorgt voor angst en onzekerheid, maar ook voor onbegrip en ergernis bij de omgeving. Op andere momenten gaat het namelijk wel weer goed. Je kan helpen om iets wél zelf te laten doen door de handeling in kleine stappen te verdelen, voor te doen of met plaatjes duidelijk te maken. Tips voor ondersteunende communicatie vind je hier.

Wat wel werkt of juist niet, is steeds weer anders en voor een deel onvoorspelbaar. De oplossing moet altijd bij jou als zorgverlener of mantelzorger liggen. Je komt steeds voor vragen te staan, vaak met ethische kanten.

Meer weten over omgaan met apraxie? In de Wegwijzer verstandelijke beperking en dementie vind je 100 praktijkvragen en antwoorden. Op pagina 346-353 staat bijvoorbeeld hoe je iemand zonder taal kan ondersteunen om het begrip te verbeteren. Een papieren exemplaar is verkrijgbaar via reguliere boekhandels.

Stellingen

  1. Als iemand met dementie iets niet meer kan, moet je het niet overnemen, want dat maakt hem of haar boos en ongelukkig.
  2. Zelf doen is altijd beter, want van fouten leer je.
  3. Om te voorkomen dat de situatie onveilig of ongezond wordt, moet de professional direct overnemen.
  4. Apraxie zorgt niet alleen voor onrust bij de persoon zelf, maar ook altijd bij groepsgenoten.
  5. Als je de apraxie van iemand met dementie begrijpt, kan je er makkelijker geduldig op reageren.