Ik ben Anne

De film in het kort

Levensverhaal van Anne

Anne (1962) groeit op als jongste in een groot gezin. Ze leert door imiteren, gaat naar een gewone basisschool en doet met alles mee. Op haar 14e moet ze van school; in Nederland zijn er geen vervolgopties. Haar moeder verhuist met haar naar Frankrijk. Daar leert Anne Frans, zowel praten als lezen en schrijven. Later werkt ze op een sociale werkplaats.

Als haar moeder overlijdt, neemt zus Meike de zorg over. Anne (39 jaar) wil zelfstandig wonen in Montélimar en wordt verliefd op Jean Paul, die Fragiele X heeft. Ze gaan samenwonen, met hulp van Meike, en blijven werken op de werkplaats. Wanneer fulltime werken te zwaar wordt, gaat Anne parttime aan de slag.

Na Meike’s overlijden neemt broer Leendert de zorg over. Kort daarna raakt Anne de weg kwijt: ze heeft alzheimer. Het paar verhuist naar een woon-zorghuis voor mensen met een verstandelijke beperking, opgezet door families. Ze kennen de plek al van vakanties en voelen zich er thuis. Ze wonen er samen, elk met een eigen kamer en gedeelde ruimtes.

Alle beelden in deze casus zijn uit het leven gegrepen.

Thema

Deze lesbrief gaat dieper in op het levensverhaal van Anne. Alzheimer is het begin van een veranderingsproces. Dit is enorm ingrijpend voor Anne zelf én voor haar naasten. Kennis over haar geschiedenis is heel belangrijk om verbinding met haar te kunnen blijven maken als de alzheimer zich ontwikkelt.

Het thema van deze lesbrief is de weg kwijt zijn. Dementie tast het vermogen aan om te weten waar je bent en waar je heen wil of moet. Dat is een van de eerste tekenen van dementie en we noemen dat ook wel desoriëntatie in plaats. Klik hier voor meer informatie. Ook op andere terreinen, zoals tijd en persoon, raken mensen met dementie ‘de weg kwijt’. In andere casussen komen desoriëntatie in tijd en persoon aan de orde.

Algemene vragen

  1. Wat zie je en wat valt je daarbij op?
  2. Welke vaardigheden ontwikkelt Anne in de loop van haar leven?
  3. Wat is de aanleiding voor de laatste verhuizing?
  4. Wat is de nieuwe woonsituatie en de omgeving van Anne?
  5. Hoe kan je Anne helpen?

Deel deze casus met anderen

Verdiepingsvragen

  1. Wat vind je belangrijk aan Anne’s levensverhaal voor haar dementieproces?
  2. Welke vragen kan je stellen om een beeld te krijgen van iemands levensverhaal en zo de zorg af te stemmen?
  3. Hoe kan je aan een collega uitleggen dat het goed is om de levensgeschiedenis te kennen van iemand met dementie?
  4. Hoe kan je reageren op iemand met dementie die verdwaald is?
  5. Wat vind je van de beslissing om Anne en Jean Paul te laten verhuizen naar een woongroep waar ook anderen met een verstandelijke beperking wonen?

Je kunt op verschillende manieren reageren op de momenten dat een persoon met dementie de ‘weg kwijt is’. Je kan iemand proberen te leren hoe het zit, bijvoorbeeld wat wel de goede weg is. Dat heet ‘realiteitsoriëntatie’. Of je gaat mee in de beleving van de persoon en begeleidt hem/haar naar een veilige plek. Dat wordt ‘validatie’ genoemd.

Wat wel werkt of juist niet, is steeds weer anders. Het is voor een deel onvoorspelbaar. De oplossing moet altijd bij jou als zorgverlener of mantelzorger liggen. Je komt steeds voor vragen te staan, vaak met ethische kanten.

Meer weten over realiteitsoriëntatie en validatie? In de Wegwijzer verstandelijke beperking en dementie vind je 100 praktijkvragen en antwoorden. Zo staat er op pagina 302-305 meer informatie over realiteitsoriëntatie en op pagina 306 over validatie. Een papieren exemplaar is verkrijgbaar via reguliere boekhandels.

Stellingen

  1. Voor een partner en familie is het moeilijk om tekenen van dementie te herkennen; meestal wil je het ook niet weten.
  2. Alleen een arts kan vaststellen of een persoon beginnende dementie heeft.
  3. Voor medebewoners is het nóg lastiger dan voor naasten om met een dementerende bewoner om te gaan.
  4. Als iemand met dementie ‘wegloopt’ is dat een teken van boosheid en ontevredenheid.
  5. De behoeften en ervaringen van mensen met dementie zijn voor iedereen verschillend, omdat ieder mens een ‘eigen’ levensgeschiedenis heeft.